Architectuur: je vriend of je vijand?

© Umut Sezer Koç, De Krook (2025)

Kaj Zwerver onderzoekt de verborgen sociale impact van architectuur. In dit essay reflecteert hij op de dunne grens tussen vijandige en vriendelijke architectuur, en stelt hij de vraag: kan een gebouw onbedoeld een toevluchtsoord worden, of zit daar soms toch opzet achter?

Wanneer je je onder stadsbibliotheek De Krook in Gent vanaf de overdekte fietsenstalling op -1 naar de fietsenkelder op -2 begeeft, ga je met een helling naar beneden. Rechtsboven op ooghoogte, ontstaan nisjes die verborgen zitten in de architectuur van het gebouw. Een vijftal perfect gevormde alkoven, beschut tegen regen en wind en uit het zicht. Ze zijn populair bij daklozen. Met behulp van karton sluiten ze de opening naar de kant van de fietsenstalling af – alsof het een deur is –, en trekken ze zich terug in hun huiskamer. Veel overlast lijken ze niet te veroorzaken en al vrij snel na de opening van De Krook werden deze plekken in gebruik genomen. In tegenstelling tot veel andere plekken in de publieke ruimte waar daklozen slapen, gaat het hier om vrij onzichtbare slaapplaatsen. 

“Het komt wel vaker voor dat architectuur een aanzuigend effect blijkt te hebben op daklozen, maar de oorzaak daarvan is vaak een ongelukkige combinatie van bouwvormen, leegstand, plaats en een gebrek aan opvanglocaties.”

De efficiëntie van deze daklozennisjes deed de vraag rijzen of dit echt toeval is. Het komt wel vaker voor dat architectuur een aanzuigend effect blijkt te hebben op daklozen, maar de oorzaak daarvan is vaak een ongelukkige combinatie van bouwvormen, leegstand, plaats en een gebrek aan opvanglocaties. Denk bijvoorbeeld aan het Noordstation en het Zuidstation in Brussel. Het opkuisen van die buurten door middel van “Operatie Opkuis” blijft uiteindelijk symptoombestrijding. Stel je voor dat het anders kan. Wat als de architect van De Krook deze nisjes stiekem heeft geïntegreerd in het ontwerp? Tenslotte zal een lijn meer of minder op een bouwtekening de meeste mensen wel ontgaan. 

Zouden er architecten bestaan die onder de radar plekken voor daklozen integreren in hun ontwerpen als een vorm van professioneel activisme, als ware het een vorm van “vriendelijke architectuur”? Het faciliteren van plekken voor daklozen om zich te kunnen terugtrekken en uitrusten zou tegenovergesteld zijn aan de stedenbouwkundige strategie die we de laatste jaren hebben gehanteerd van “vijandige architectuur”, oftewel hostile architecture. Met als doel om bepaalde groepen uit de stad te weren. Een trend waar steden als Rotterdam, Utrecht en Leiden ondertussen afstand van nemen. Neem bijvoorbeeld de banken met middenleuning, zodat er niemand op kan slapen, de bushaltes waar de banken hebben plaatsgemaakt voor staleuningen of de spikes op vensterbanken: allemaal doelbewust ontworpen om het leven voor daklozen nog harder en ontoegankelijker te maken. Wat zegt het over onze tijdgeest als we zo omgaan met onze meest kwetsbare groepen in de samenleving? 

Stadsbibliotheek De Krook is een publiek gebouw, gefinancierd met publiek geld. Een bibliotheek is er om de stad en de mensen in die stad te dienen. Zou het echt niet kunnen dat deze nisjes moedwillig zijn gecreëerd?

Dakloosheid is een stijgende trend in heel Europa. Gent telt volgens de laatste schatting 2.490 daklozen: 1.857 volwassenen en 633 direct betrokken kinderen. Deze kinderen leven uiteraard niet op straat, maar wel in de invloedssfeer van hun dakloze ouder(s). De sociale woningvoorraad is grofweg 15.000 woningen op 270.000 inwoners en met een gemiddelde wachttijd van vier jaar, staat ook hier de woningvoorraad onder druk. Vorig jaar was er nog een historische volksraadpleging over betaalbaar wonen. Uitgaande van bewust gecreëerde nisjes onder De Krook zou de voorraad aan habitats voor daklozen, dan vijf van de 1.857 volwassen daklozen kunnen bedienen. 

Stel dat we deze denkpiste doortrekken naar beleid. Amsterdam heeft ook een woningcrisis maar daar geldt wel sinds 2017 het uitgangspunt van 40 procent sociale huur, 40 procent middeldure huur en 20 procent vrije sector bij nieuwbouwprojecten. Dit beleid werd nogmaals gekaderd in De Woonagenda 2025. In het verleden bestond deze verplichting ook in Vlaanderen, met een quotum aan sociale woningen tot 20 procent op private gronden en tot 40 procent op publieke gronden. Deze regeling verdween door een technische kwestie over illegale staatssteun volgens Europa en sindsdien heeft geen enkele Vlaamse regering die fout rechtgezet. 

Wat als we aan deze quota vijf procent habitats voor daklozen toevoegen? Deze zouden kleiner kunnen zijn en dus goedkoper. Wat zou dit betekenen voor de woningmarkt en wat zouden de minimale vereisten van zo’n daklozen woning dan moeten zijn? We hebben namelijk woningkwaliteitsnormen waar een woning officieel aan moet voldoen. Volgens de Vlaamse oppervlaktenorm moet een zelfstandige woning minstens 18 vierkante meter zijn. Wanneer we kijken naar de kwaliteitsnormen voor kamers dan is de eis van minstens 8 vierkante meter, kleiner. Maar er moet wel een ‘minimum aan comfort’ zijn, zoals een individuele wastafel met warm water.

“De vraag is natuurlijk of de oplossing voor het daklozenprobleem ligt in het toegankelijker maken van architectuur.”

De nisjes onder De Krook voldoen hier in de verste verte dus niet aan. Echter, is het niet ethischer om te zorgen voor beschutting tegen regen en wind dan mensen volledig buiten te laten slapen? Of deze nissen aan de normen voldoen is wellicht bijzaak. De vraag is natuurlijk of de oplossing voor het daklozenprobleem ligt in het toegankelijker maken van architectuur. Het bedenken van sociaaleconomische maatregelen die ervoor zorgen dat minder mensen buiten slapen, is wellicht een betere oplossing voor de bron van het probleem. Echter, een vriendelijkere benadering van de publieke ruimte is in ieder geval stukken beter dan “hostile architecture”.

Momenteel is er veel aandacht voor duurzaam bouwen. We beginnen langzaamaan ook na te denken over de ecologische impact van de gebouwde omgeving op “niet-mensen” ofwel, “non-humans”. Denk aan dieren en organismen anders dan de mens. Aandachtiger bouwen en renoveren in relatie met de omgeving is een logische volgende stap in onze ontwikkeling naar een inclusievere architectuurbenadering. Toch voelt het wrang aan als we daarbij een groep mensen overslaan. Ook hier botsen de sociale en ecologische thema’s. Als samenleving zullen we niet anders kunnen dan bewegen richting een energietransitie met meer ecologisch bewustzijn. Maar dat moet niet ten koste gaan van de nog steeds relevante sociale strijd voor universele huisvesting. Als we het voor dieren en voor de aarde kunnen regelen, dan moeten alle mensen op zijn minst ook geholpen zijn aan een dak boven hun hoofd.

Gezien het huidige politieke klimaat in zowel Nederland als België kunnen we concluderen dat er zich op korte termijn in ieder geval geen structurele oplossingen zullen aandienen. In beide landen zinspeelt men in de politiek zelfs met het idee om de nu al in slechte staat verkerende nachtopvang verder te versoberen. Als architectuurwereld kunnen we niet blijven wachten op sociaal beleid. Laten we in de tussentijd massaal nisjes ontwerpen.


Kaj Zwerver (1995, Haarlem) studeerde in 2023 Magna Cum Laude af aan de masteropleiding Interieurarchitectuur aan de KU Leuven, Campus Sint-Lucas Gent. In zijn werk pleit Kaj voor een holistische benadering van het vakgebied en is hij graag maatschappelijk geëngageerd door middel van activisme en bewustwording. Kaj is momenteel werkzaam als Interieurarchitect bij Paras Concepts en doet onderzoek via zijn eigen ontwerppraktijk Studio Zwerver. Daarnaast is hij lid van het Jong Panel van Kunstencentrum VIERNULVIER en bestuurslid bij het GEC (Gents Ecologisch Centrum).


Umut Sezer Koç, alias umut.skc, is een multidisciplinaire kunstenaar uit Istanbul, Turkije; nu woonachtig in Gent, België. Umut's werk gaat over het teleporteren van de kijkers naar hartverwarmende bestemmingen gevuld met de zomerzon. Door zijn architectuurstudies te combineren met jarenlange ervaring in verschillende kunstmedia, is hij erin geslaagd om een onderscheidende stijl in 3D te creëren die zich richt op het opwekken van energie rondom.

Vorige
Vorige

De kerk en haar etalage 

Volgende
Volgende

Eksterkind